Matt Beck schrijft in een recensie van het boek ‘The world without us’ van Alan Weisman: ‘The bad habit of ingratitude, abominably misnamed “environmentalism,” has led many to the horrid belief that the earth would be better off were it not for our presence.’ Het is een mening die je inderdaad vrij vaak hoort, dat het maar het beste zou zijn als we uit zouden sterven; niet erg voor de planeet aarde en bovendien onze eigen schuld, dikke bult. Beck wijst in zijn recensie (http://www.southernliterarymessenger.com/0101/declinismdeclined.htm) op het opvallende verschijnsel dat voornamelijk de mensen die het meest comfortabel leven het meest enthousiast spreken over het einde van de wereld. Een Somalische vrouw in een vluchtelingenkamp zul je daar niet over horen. Even verderop laat hij de term ‘doomer porn’ vallen. Onder die noemer kunnen bijvoorbeeld de boeken Straw dogs van John Gray en Collapse van Jared Diamond worden geschaard. (En uiteraard films als “An inconvenient truth”.) Met andere woorden: het lezen van deze boeken is niet meer dan een hypocriete vorm van vrijetijdsbesteding, de lezer zal er geen vliegvakantie minder om nemen. Er wordt bovendien gesuggereerd met de term ‘doomer porn’ dat een perverse fascinatie voor ons eigen einde de drijfveer is achter dit soort apocalyptische lectuur.
Nu heb ik het boek van Weisman niet gelezen, maar wel zijn artikel dat er de blauwdruk van vormt: http://discovermagazine.com/2005/feb/earth-without-people. Ik vind het een fascinerend gedachtenexperiment, een mooie poging om te ontsnappen aan antropocentrisme. Het is een paradox want een aarde niet meer door mensen waargenomen, bestaat die nog wel? Sommige filosofen beweren van niet. Het is in elk geval een aarde die zichzelf niet meer kent.
Om in te gaan op Beck’s sneer naar milieu-activisme als vorm van ondankbaarheid: het lijkt mij niet dat ondankbaarheid de oorzaak is van de mening dat de mens maar beter van de aarde kan verdwijnen. Het lijkt mij eerder een vorm van geprojecteerde zelfhaat. De zelfhaat van de ecoloog heeft oude wortels. Die is even oud als de mens. Lees het oude testament er maar op na, met alle plagen en rampen die de schepper op zijn mensenkinderen loslaat. De ecologische voetafdruk is een eigentijdse versie van de erfzonde. Een orkaan als Katrina is het hedendaags equivalent van de wrake Gods voor onze teugelloze manier van leven.
Het is de vraag hoeveel beter een mens ervan wordt om boeken over zijn aanstaande ondergang te lezen, zeker als dat leidt tot defaitisme en daarmee zijn ondergang als soort alleen maar bespoedigt. Je zou het boek van Weisman kunnen zien als een misantrope fantasie, troost voor de teleurgestelden. Een wensdroom die door en door romantisch is: de natuur die overwint. Ik vind het een troostrijke gedachte dat de planeet aarde zonder mensen welig zal tieren, dat de mensheid slechts een rimpeling zal zijn geweest op de aardkorst. En dat er -misschien nog een paar honderdduizend jaar- door oerwouden overwoekerde ruïnes zijn die zullen herinneren aan de mens.
Als de wereld het zo goed zonder mensen kan stellen wat doen we hier dan eigenlijk? Dat is de achterliggende vraag bij Weisman’s boek. We passen niet op een vanzelfsprekende manier in de wereld. We zijn voorgoed vreemden geworden, niet meer deel van de natuur, (althans dat denken we) maar ook niet meer in staat om te geloven in een door ons gecreëerde betere wereld. ‘De boel bij elkaar houden’ (Job Cohen) dat is het zo’n beetje. Het enige paradijs dat we ons nog kunnen voorstellen is een paradijs zonder mensen. De planeet aarde als vredige, groene graftombe van de mensheid. Een schamele troost.
Trouwens, mét mensen zou het nieuwe Eden ook niet alles zijn, volgens de Talking Heads:
Once there were parking lots
Now it’s a peaceful oasis
(You’ve got it, you’ve got it)
This was a pizza hut
Now it’s all covered with daisies
(You’ve got it, you’ve got it)
I miss the honky tonks
Dairy queens and 7-Elevens
(You’ve got it, you’ve got it)
And as things fell apart
Nobody paid much attention
(You’ve got it, you’ve got it)
I dream of cherry pies,
Candy bars and chocolate chip cookies
(You’ve got it, you’ve got it)
We used to microwave,
Now we just eat nuts and berries
(You’ve got it, you’ve got it)
This was a discount store,
Now it’s turned into a cornfield,
(You’ve got it, you’ve got it)
Don’t leave me stranded here,
I can’t get used to this lifestyle
(Nothing but) Flowers – ‘naked’

0 Responses to “Een soort van nirvana”