Deze afbeelding is afkomstig uit de Musurgia universalis, een 17e eeuws standaardwerk over muziektheorie, geschreven door de jezuïet Athanasius Kircher. (1602-1680). Kircher wordt wel vergeleken met Da Vinci, vanwege zijn veelzijdigheid. Hij is de grondlegger van de Egyptologie, maar hij hield zich ook bezig met o.a. geologie en sinologie en hij ontwierp net als Da Vinci allerlei machines.
Ik stuitte toevallig op dit plaatje in een Duitse pocket, ‘Die Welt als Labyrinth’ die ik vond op het Waterlooplein. (waar anders?) ‘Peter Schat’ staat op het schutblad geschreven.
Een van de mooie dingen van het internet is dat je de herkomst van onbekende citaten meteen met vertaling en uitleg bij de hand hebt. Instant eruditie. De woorden clamore, amore, more, ore, re, (klik op het plaatje om deze te zien) zijn deel van een versregel van Kircher die volledig luidt: Tibi vero gratias ago quo clamore? Amore, more, ore, re. In vertaling: ‘Hoe kan ik waarachtig mijn dankbaarheid jegens U uitspreken? Door liefde, levenswandel, woorden, daden.’ Een stichtelijke tekst, maar toch mooi.
In ‘Lessen in lyriek’ van W.J.M. Bronzwaer kunnen we lezen dat deze versregel een voorbeeld van ’slinkrijm’ is. Slinkrijm (een woord dat bij mij associaties met wadlopen oproept) werd door de rederijkers in het z.g. ‘echodicht’ gebruikt. In Komrij’s Nederlandse Poëzie van de 17e en 18e eeuw in 1000 en enige gedichten staan mooie voorbeelden van echogedichten. Maar dat is een ander hoofdstuk, echogedichten.
Wat me boeit aan dit plaatje zijn de echo-constructies, in oplopende graad van kunstmatigheid. Is de eerste illustratie nog een natuurlijke echo, de laatste is een echolabyrint waarin een stem tot in het duizelingwekkende wordt vermenigvuldigd. De ruimte wordt hier een nieuw muziekinstrument.


Tibi vero gratias ago quo clamore?
Este!